Reactie advies de concept re-integratieverordening Participatiewet 2024

Geachte leden van de adviesraad,

Wij willen u bedanken voor uw advies met betrekking tot de concept re-integratieverordening Participatiewet 2024.

Uw raad adviseert positief op het concept en heeft ten aanzien van de tekst enkele aanbevelingen gegeven en enkele vragen gesteld. In deze brief leest u onze reactie hierop.

1.    Ingekomen reactie: 
De ASD heeft waardering voor uw streven om in de verordening minder vakjargon te gebruiken en meer aan te sluiten bij de spreektaal van inwoners.
Wij constateren dat deze wijziging niet consequent wordt gehanteerd.
U kiest voor het woord ‘gemeente’ in plaats van het formele woord ‘college’.
Desondanks treffen wij in de verordening en toelichting regelmatig het woord ‘college’ aan.
Reactie van het college: 
Dat passen wij aan voor zover het in verband met juiste duiding van de bestuursorganen wenselijk is. 

2.    Ingekomen reactie: 
In art. 5, lid 4 staat dat het bij een werkervaringsplaats gaat om werken met behoud van uitkering.
De ASD is van mening dat werken met behoud van uitkering in principe een ongewenste situatie is.
Wij begrijpen dat er soms wellicht geen andere mogelijkheid is.
Wij adviseren echter wel om de periode dat een inwoner met behoud van uitkering werkt altijd zo kort mogelijk te laten duren.
Reactie van het college: 
Ons beleid is ook dat werken met behoud van uitkering zo kort mogelijk is maar soms is dat in het belang van de inwoners wel tijdelijk een oplossing naar het uiteindelijke doel. 

3.    Ingekomen reactie 
In art. 6, lid 4 staat: ‘De inwoner kan na iedere 6 maanden een premie van € 100 ontvangen’ (indien deze voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van zijn kans op betaald werk).
In de toelichting staat bij art. 6: ‘De gemeenteraad bepaalt de hoogte van de premie en stelt deze volgens de verordening vast op € 800 per 6 maanden’. Wat is het juiste bedrag van de premie?
Reactie van het college: 
Dat is conform het huidige beleid € 100,-. Dit stond per abuis onjuist in de toelichting.

4.    Ingekomen reactie 
In art. 16, lid 1 staat: ‘De gemeente kan een vervoersvoorziening aanbieden aan een inwoner die door zijn beperking niet zelfstandig naar de werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan reizen’.
Valt onder ‘werkplek’ ook de werkervaringsplaats, de participatieplaats en de beschutte werkplek?
Reactie van het college: 
Ja.

5.    Ingekomen reactie
In de toelichting staat op pagina 9 vermeld de intermediaire activiteit, als bedoeld in artikel 10, eerste lid van de Participatiewet. Deze intermediaire activiteit vinden wij niet terug in de verordening.
Reactie van het college: 
Dit zijn o.a.  de vormen van persoonlijke ondersteuning genoemd in artikel 13.

6.    Ingekomen reactie
In de toelichting op artikel 17, handelend over de uitstroompremie, is het minimale aantal maanden/jaren dat de inwoner ononderbroken algemene bijstand heeft ontvangen, alsmede het minimale aantal maanden van de arbeidsovereenkomst waardoor de inwoner uitstroomt uit de uitkering, nog niet ingevuld. 
Reactie van het college: 
Wij kennen in de huidige verordening geen uitstroompremie en zit dus ook niet in de verordening, maar was per abuis nog in de toelichting opgenomen. 

Algemene vragen 
1.    VNO-NCW heeft een aanjager laaggeletterdheid die ondersteuning kan bieden aan werkenden die laaggeletterd zijn. Maakt de gemeente in voorkomend geval gebruik van deze dienstverlening voor inwoners die volgens de re-integratieverordening aan het werk zijn?
Reactie van het college:
De aanjager is via Werk in Zicht, ons samenwerkingsverband voor de arbeidsmarktregio, ook actief in onze gemeente en zoekt contacten met bedrijven en bij deze bedrijven kunnen ook inwoners werkzaam zijn met loonkostensubsidie vanuit de Participatiewet. Verder wordt van alle inwoners die klant zijn van WPDA in beeld gebracht of sprake is van laaggeletterdheid en de daarbij afgesproken dienstverlening aangeboden. 

2.    Voor inwoners die praktisch zijn opgeleid (praktijkonderwijs, BBL) bestaat de mogelijkheid om op basis van hun door ervaring verworven competenties (EVC) in aanmerking te komen voor een regulier diploma. Wijst de gemeente inwoners op deze mogelijkheid? En biedt de gemeente, zo nodig, begeleiding aan inwoners die hiervoor in aanmerking kunnen komen?
Reactie van het college:
Scholing en ondersteuning naar scholing of werk zit in het programma een leven lang ontwikken (LLO). Dit programma is er vooral voor werkgevers/werknemers. Voor werkzoekenden hebben wij het programma of de programma’s kansrijk scholen en kansrijk beroep. Werkzoekenden kunnen daarbij gebruik maken van opleidingen die meer kans geven op een baan of een beroep zoeken (met waar nodig een opleiding/omscholing) om in een andere sector/beroepsgroep werk te vinden en te houden.
Voor jongeren/inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt kennen we het praktijkleren waarbij deelcertificaten kunnen worden behaald. Voor inwoners zelf zijn er de STAP budgetten (geweest).
Dit zijn allemaal vormen van onderwijs die rekening houden met competenties van inwoners waarbij omscholing mogelijk is, in de geest van EVC trajecten.
3.    U schrijft dat er een nieuwe re-integratieverordening moet komen als gevolg van verplichtingen voor de gemeente vanuit de Participatiewet. Wij vragen ons af of er ook een samenhang bestaat tussen de re-integratieverordening en het nieuwe beleidskader inkomen, ontwikkeling en werk 2025-2028. Zo ja, welke?
Reactie van het college:
De re-integratieverordening vindt de basis in en geeft nadere invulling aan de Participatiewet en niet aan de Kadernota. 

Wij vertrouwen erop u voldoende te hebben geïnformeerd. Heeft u vragen en/ of wilt u meer informatie, neem dan gerust contact op met onze medewerker H. Wilts. U kunt hem bereiken via het emailadres hwilts@aaenhunze.nl  of via het telefoonnummer 06-51701137. 

Met vriendelijke groet,    
    
Het college van de gemeente Aa en Hunze,    
    
    
    
    
de heer R.L.H. Schoonderbeek    de heer A.W. Hiemstra
secretaris     burgemeester