Advies van de Adviesraad Sociaal Domein met betrekking tot de ‘wijziging Nadere Regels Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp’

Aan het College van Burgemeester en Wethouders
Postbus 93
9460 AB Gieten

Datum: 31 oktober 2025
Uw kenmerk: 2025-00290
Behandeld door: R. Westerhof/B. Dijkstra.

Onderwerp: Advies van de Adviesraad Sociaal Domein met betrekking tot de ‘wijziging Nadere Regels Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp’ (NR).

 

Geachte leden van het college van B&W,

 

De Adviesraad Sociaal Domein Aa en Hunze (ASD) heeft met belangstelling kennisgenomen van het

concept van de gewijzigde Nadere Regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Aa en Hunze en het verzoek om hierover uiterlijk 5 november advies uit te brengen aan het college van burgemeester en wethouders.

In september 2025 werd de ASD in werkgroepverband al geïnformeerd over voorgenomen wijzigingen. Wij stellen het zeer op prijs dat over aanpassingen in beleid en uitvoering vroegtijdig overleg plaatsvindt.

Voor 2026 worden een aantal aanpassingen in de Nadere Regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Aa en Hunze voorgesteld.

Het betreft:

1. Aanpassingen naar aanleiding van nieuwe contracten NMD;
2. Beschermd Wonen;
3. Aanpassingen persoonsgebonden budget (pgb) tarieven;
4. Rechtmatigheid en handhaving bij pgb;
5. Zak- en kleedgeld;
6. Duidelijkheid sportvoorziening;
7. Proces aanvraag en/of melding;
8. Tekstuele aanpassingen.

Onderstaand staan wij kort stil bij deze punten en sluiten af met ons advies.

 

Ad 1. Aanpassingen naar aanleiding van nieuwe contracten NMD

Uw college geeft aan dat in verband met de nieuwe contracten binnen de NMD-samenwerking de Nadere Regels worden aangepast en indicaties vanaf 1 januari a.s. in uren worden afgegeven.

Wij zijn op de hoogte van het feit dat de indicaties vanaf 1 januari in uren worden afgegeven. Wij zien dat dit geregeld wordt in artikel 4.1 van de NR.

 

Ad 2. Beschermd Wonen

Wij constateren dat in artikel 3.1.5 lid 1, lid 2, lid 3 en lid 4 tekst is opgenomen waarvan eerder is voorgesteld om die te vermelden in de aangepaste verordening. Ons inziens hoort die tekst in de verordening. Dit geldt ook voor de tekst in artikel 4.3.2 lid 1 en lid 2.

U stelt voor om in artikel 3.1.5 lid 3 op te nemen dat de gemeente in de geest van de uitgangspunten en modelregels in het Convenant Landelijke Toegankelijkheid Beschermd Wonen en de bijbehorende handreiking handelt, ook bij de bepaling van de beste woonplaats voor een melder van buiten de regio van de centrumgemeente. Ons inziens hoeft de vermelding van de criteria uit het Convenant Landelijke Toegankelijkheid Beschermd Wonen niet in de NR te worden opgenomen. Immers, de criteria worden vermeld in de verordening.

 

Ad 3. Aanpassingen persoonsgebonden budget (pgb) tarieven

De tarieven zijn verwerkt in de verordening en zijn daarom uit de nadere regels gehaald. Wij zijn van mening dat mensen uit het eigen netwerk met de juiste opleiding respectievelijk ervaring, passend bij de hulpvraag, recht zouden moeten hebben op een volwaardig met een professional vergelijkbaar tarief.

 

Ad 4. Rechtmatigheid en handhaving bij pgb

Uw college geeft aan dat de toezichthouders kwaliteit en rechtmatigheid van NMD-toezicht houden op de rechtmatigheid van de ondersteuning die door de cliënt wordt ingekocht via een pgb.

Als wijziging in de NR is in artikel 7.4 lid 3 opgenomen dat een zorgovereenkomst waarbij wordt afgesproken dat er een vast maandbedrag wordt uitbetaald niet is toegestaan. 

Wij kunnen dit niet terugvinden in landelijke regels of adviezen. Het maandbedrag wordt door veel mensen gebruikt en was volgens ons tot nu toe toegestaan.

Deze nieuwe regel maakt het gebruik van een pgb zwaarder in de administratieve lasten. Als iemand geen andere vorm van hulp kan gebruiken dan via een pgb worden cliënten belast met extra werk. Als iemand een stabiele dag en tijd van begeleiden heeft is een maandbedrag het meest passend.

 

Ad 5. Zak- en kleedgeld

Artikel 4.11 komt grotendeels overeen met artikel 23 in de aangepaste verordening.

 

Ad 6. Duidelijkheid sportvoorziening

Reeds in het najaar van 2023 spraken wij in werkgroepverband over de voorgestelde aanpassing met betrekking tot de sportvoorziening (artikel 4.4.3).

Een inwoner komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van beperkingen of problemen waardoor hij niet voldoende kan deelnemen aan maatschappelijke activiteiten.

Bij de beoordeling van een vraag om een sportvoorziening geeft uw college in de aangepaste stukken aan dat de beoordeling rekening houdt met

  • de mogelijkheden die de inwoner heeft om een sport te beoefenen waarvoor geen voorziening nodig is;
  • de mate waarin de sport een rol speelt in het (sociale) leven van de inwoner;
  • de effecten van de sport gelet op de beperkingen die de inwoner ervaart.

Vanuit de ASD zijn we het niet eens met het eerste punt omdat wij van mening zijn dat een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de inwoner nodig is. De inwoner moet een klik hebben met de soort sport.

Stel dat als een inwoner voorafgaand aan zijn beperking of probleem niet gesport heeft maar vanuit belangstelling een keuze maakt voor een sport die hij nu wel wil gaan doen waarvoor een voorziening nodig is kan zijn aanvraag in een dergelijk geval worden afgewezen.

Het beoordelingscriterium lijkt immers aan te geven dat de inwoner die sport dan niet kan gaan doen en na moet gaan denken over andere activiteiten.

Met betrekking tot de 2e bullt merken wij op dat sport/ meer bewegen en leefstijl behoren tot de belangrijke preventieve activiteiten die de gemeente hoog in het vaandel heeft staan.  Beoordelen of sport wel een rol speelt in iemands sociale leven is ons inziens minder of niet aan de orde.

Wij begrijpen dat uw college kijkt naar een basisvorm van participatie (in redelijke mate deelnemen, vangnet) en daarom de goedkoopst compenserende voorziening verstrekt maar een inperking van de keuzevrijheid staat ons inziens wel op gespannen voet met het leveren van een passende bijdrage in de behoefte van de inwoner.

Wij zijn wel van mening dat indien de mogelijkheid bestaat om via fondsen in het bezit te komen van een hulpmiddel dat nodig is om te kunnen sporten of bewegen (bijvoorbeeld een sportrolstoel) deze financiële voorziening als voorliggend gezien kan worden. Dit geldt wellicht ook voor een eventuele bijdrage uit het Volwassenenfonds Sport en Cultuur. Deze laatste financiële voorziening kan ons inziens echter niet gezien worden als een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling.

 

Ad 7. Proces aanvraag en/of melding

U geeft aan dat ter bevordering van de toegankelijkheid en de klantvriendelijkheid van het aanvraagproces ervoor gekozen is dat inwoners vormvrij een aanvraag voor ondersteuning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) of de Jeugdwet kunnen indienen. Dit betekent dat een aanvraag niet gebonden is aan een specifiek formulier of kanaal, en dat deze ook mondeling, telefonisch of digitaal kan worden gedaan. In de huidige NR 2024 was dit echter al deels opgenomen omdat in artikel 3.1.1. lid 2 was vermeld dat “door of namens een inwoner ondersteuningsvragen vormvrij kunnen worden ingediend”.

In het huidige artikel 3.1.9 lid 5 moest een aanvraag worden ingediend door middel van een door Attenta vastgesteld aanvraagformulier. Op grond van artikel 3.1.9 lid 1 kon een melding van de aanvraag pas worden gedaan nadat het onderzoek is uitgevoerd. Het lijkt alsof door de aanpassing in het proces de melding en aanvraag dezelfde zijn geworden.

De tekst hierover bij artikel 3.2.1 lid 2 is duidelijker. Het betreft dan de toegang individuele voorziening jeugd. Wellicht kan ook de toegang Wmo nog duidelijker geformuleerd worden.

Wij constateren dat in artikel 3.1.2 ”gesprek Stichting Attenta” bij lid 2 en in artikel 3.2.1 lid 4 de termijn waarbinnen een afspraak voor het gesprek gemaakt moet worden verdubbeld is. Stichting Attenta moest zo spoedig mogelijk en tenminste binnen de termijn van 5 werkdagen na de melding met de inwoner een afspraak voor het gesprek maken. Deze termijn wordt verdubbeld naar 10 werkdagen. Dat bevreemdt ons. Het betekent dat inwoners die een ondersteuningsvraag indienen tot 2 weken moeten wachten voordat Attenta contact met hen opneemt voor het maken van een afspraak voor het gesprek.

 

Ad 8. Tekstuele aanpassingen

Wij hebben kennisgenomen van de voorgestelde tekstuele aanpassingen om de leesbaarheid te vergroten en voegen daar nog graag een aantal aan toe:

a. In artikel 2.1 lid 1 1e zin van de aangepaste NR kan na Wmo nog het jaartal worden toegevoegd. Dit geldt ook voor de artikelen 2.6 lid 1, 3.1.5 lid 1 3e zin, 3.1.2.lid 2 4e zin, 3.1.5 lid 2, lid 5 en lid 6, 3.1.12, 3.1.6 lid 1, 4.4, 5.1.2 lid 4, 6.1, 7.4

Wij merken daarbij nog op dat ook in de aan te passen verordening het jaartal niet altijd is opgenomen.

b. In artikel 2.2lid 1 2e zin kan “Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning…”gewijzigd; worden in “Verordening maatschappelijke ondersteuning…” en kan de hoofdletter J gewijzigd worden in een kleine letter. Dat geldt ook voor artikel 3.1.7 lid 6;

c. In artikel 2.3.2 lid 1 kan “huisouden” gewijzigd worden in “huishouden”;

d. In artikel 2.3.2 lid 2 kan “jeugdwet” gewijzigd worden in “Jeugdwet”;

e. In artikel 2.4 lid 1 kan “verzorgt” gewijzigd worden in “verzorgen”;

f. In artikel 2.6 lid 2 verdient de tekst die is opgenomen onder a. t/m f. aanpassing. De teksten onder a t/m f kunnen verbeterd worden door het woord “is” te laten vervallen. Bij punt e. kan “levert” vervangen worden door “leverend”. Punt f. kan worden aangepast: met een inkomen op minimumniveau te dragen;

g. In artikel 2.8 lid 1 kan “leidt” vervangen worden door “leiden”;

h. In artikel 3.1.5lid 3 kan na “meldt” en komma worden toegevoegd om de leesbaarheid te vergroten;

i. In artikel 3.2.7 lid 2f kan na “stemt” een komma geplaatst worden om de leesbaarheid te vergroten.

 

Overig

a. In artikel 4.1 lid 2 en lid 3 is opgenomen dat het college bij de toekenning van een maatwerk- of individuele voorziening en de bepaling van het aantal uren of dagdelen aan ondersteuning gebruik maakt van het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep. Tevens wordt gemeld dat het college gebruik maakt van het meest actuele handelingskader van de NMD-samenwerking en van een afwegingskader interventieniveaus voor jeugdwet behandeling en verblijf. Omdat de Centrale Raad van Beroep een uitspraak heeft gedaan over het opnemen van criteria in de verordening denken wij dat dit artikel en artikel 4.2 wellicht een plaats in de verordening verdienen. Zie ook ons advies met betrekking tot de aangepaste Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp;

b. In artikel 4.3.2 zijn criteria opgenomen voor huishoudelijke ondersteuning. Een en ander is reeds opgenomen in de aangepaste verordening;

c. In artikel 4.5 is de tweelingfiets als vorm van fietsvoorziening verdwenen. Hier wordt geen toelichting voor gegeven;

 

Advies

Samenvattend berichten wij u dat de Adviesraad Sociaal Domein Aa en Hunze:

1. in zijn algemeenheid positief adviseert over de aanpassingen;

2.  een voorbehoud maakt bij de verdubbeling van de periode waarbinnen Stichting Attenta een afspraak moet maken voor een gesprek;

3. opmerkt dat een deel van de artikelen Beschermd Wonen al geregeld wordt in de verordening;

4. aangeeft dat ditzelfde geldt voor de criteria huishoudelijke ondersteuning;

5. meent dat de voorziening zak- en kleedgeld jeugd al duidelijk is afgeregeld in artikel 23 van de aan te passen verordening;

6. het niet eens is met de inperking van de keuzevrijheid voor deelname aan een sport waarvoor een sportvoorziening nodig is;

7. een aantal tekstwijzigingen voorstelt.

Tenslotte hebben wij nog een aantal vragen bij de aangepaste NR waarop wij graag een antwoord ontvangen. Deze vragen zijn opgenomen in de bijlage die onderdeel uitmaakt van dit advies. Ook staat vraag 7 van ons advies bij de aangepaste Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp nog open. Deze vraag heeft betrekking op de NR.

Mocht u ten aanzien van dit advies vragen hebben of een nadere toelichting wensen dan zijn wij daartoe gaarne bereid.

 

 

Vriendelijke groet,

 

A.H.J. (Rita) Siegers- de Ruiter                                                G. (Geert) van der Schuur

                                                           

Voorzitter                                                                                      secretaris